Monastique, de enige echte.

Een kloosterlikeur met Zeeuws-Vlaams verhaal.

Wij verkopen drank en verhalen, en elk drankje heeft een verhaal, achter elk glas schuilt een stukje geschiedenis.
Ik ga u het verhaal vertellen van de Monastique — de kruidige kloosterlikeur die in Zeeuws-Vlaanderen ooit een bijna mythische status kreeg. Wat ooit begon als een product van een groot likeurhuis, groeide uit tot een stukje lokale cultuur dat ook vandaag nog voortleeft.

Van Bernardine tot Monastique

De oorsprong van de Monastique ligt bij het Amsterdamse huis Lucas Bols, dat al eeuwenlang likeuren produceert. In 1915 duikt in hun bedrijfsarchieven voor het eerst een vermelding op van een “Bernardijner likeur (genre Benedictine)”, later ook omschreven als “kloosterlikeur” of “liqueur monastique”. De inspiratie voor deze likeur lag duidelijk bij de Franse Benedictine – een beroemde kloosterlikeur uit de 16e eeuw die in de 19e eeuw een heropleving kende.

De Bernardijner of Bernardine, zoals de drank ging heten, werd gepresenteerd als een “geneeskrachtig elixer”, getrokken uit kruiden, zaden en wortels – precies zoals monniken dat eeuwenlang deden. Zelfs de ronde fles met dikke buik verwees naar het Benedictine-model.

In de loop van de jaren twintig groeide de Bernardine gestaag in populariteit. Tijdens de crisisjaren dertig vond de likeur zijn weg naar het buitenland – etiketten doken op in Mexico en Argentinië, waar Bols sinds 1935 een fabriek had. Vanaf 1952 kreeg de drank officieel de naam Liqueur Monastique – Très Vieille Liqueur Monastique, en bleef zo nog decennialang in productie. Tot zeker midden jaren negentig stond hij in de prijslijsten van Bols, daarna nog kort onder het Bootz-label. Toen verdween hij uit de winkelrekken.

Maar in Zeeuws-Vlaanderen was deze likeur nog lang niet vergeten.

Waarom juist hier?

Wie in de jaren 80 van de vorige eeuw in de horeca in Zeeuws Vlaanderen werkte net als ik, herinnert zich ongetwijfeld de vraag van Belgische bezoekers: “Verkoopt u ook Monastique?”
Het drankje werd vooral door Vlamingen geassocieerd met uitstapjes over de grens — een gewoonte die teruggaat tot het begin van de 20e eeuw.

In 1907 vestigden Franse broeders zich in Sluis, waar ze het jongenspensionaat Saint Joseph stichtten. Door de secularisatie in Frankrijk mochten kloosterorden geen onderwijs meer geven, en velen weken uit naar België en de Zuidelijke Nederlanden. Rond 1910 waren er in Sluis verschillende kloosterscholen en seminaries, met honderden Franse jongens. In het weekend kwamen hun families op bezoek — en dat bracht bedrijvigheid met zich mee.

Om de bezoekers te bedienen, begonnen Sluise ondernemers hun winkels op zondag te openen. In 1935 kregen Sluis, Hulst en Baarle-Nassau zelfs officieel ontheffing van de winkelsluitingswet: ze mochten wettelijk open zijn op zondag. Dat maakte van deze grensstadjes populaire dagbestemmingen voor Vlamingen en Fransen.

En wat hoort er bij zo’n zondagse uitstap? Mossels eten, en een glaasje Monastique na afloop.
De kloosterlikeur, “van het klooster” volgens de Franse benaming, paste wonderwel bij het religieuze verleden van de stad én bij de Bourgondische levensstijl van haar bezoekers. Zo raakte Monastique verankerd in het DNA van de streek. Een traditie die meerdere generaties overleefde, ook nog lang nadat de kloosterscholen waren verdwenen.

Een smaak die bleef hangen

Toen Bols de productie stopte, verdween Monastique langzaam uit beeld. Toch bleef de vraag in Zeeuws-Vlaanderen bestaan — eerst bij oudere Vlaamse klanten, later ook bij hun kinderen en kleinkinderen. Monastique was niet zomaar een likeur, maar Monastique stond symbool voor de smaak van herinneringen aan de familie-uitjes over de grens.

“Madame, verkoopt u ook Monastique?” We kregen de vraag toen we onze winkel nog in Breskens hadden wekelijks, sinds 2012 verhuisden we onze winkel naar Sluis en daar kreeg ik de vraag vrijwel dagelijks: “Madame verkoopt u ook Monastique?”
En zo begon in 2013 het idee te rijpen om de likeur terug te brengen. Niet als een imitatie, maar als eerbetoon.

Elixir de L’Ecluse

In samenwerking met Distilleerderij Van Toor in Vlaardingen – hofleverancier en bekend van Schelvispekel en Kandeel – werd het oude recept zorgvuldig herontdekt met dank aan een oude fles uit begin het begin van de jaren 70 van de vorige eeuw en opnieuw vormgegeven. Niet met aroma’s en smaakstoffen, maar enkel met natuurlijke extracten van kruiden, schillen en wortels, precies zoals het ooit bedoeld was. Met een mooie warme complexe afdronk.

De moderne Monastique kreeg de naam Elixir de L’Ecluse, de Franse benaming voor Sluis. De fles – een zware, vierkante inktpotvorm – verwijst speels naar Johan Hendrik van Dale, de bekendste zoon van de stad, en naar verhalen die in Sluis al eeuwenlang worden verteld. Het etiket toont een vriendelijk “boekenmannetje” dat symbool staat voor de verbinding tussen drank en verhaal.

Sinds 2013 wordt Monastique Elixir de L’Ecluse in kleine batches voor ons gestookt, met dezelfde kruidige diepgang en warme afdronk die de oude Bernardine ooit zo geliefd maakte. Het is een likeur met een lange adem – letterlijk én figuurlijk.

Meer dan een drankje

Wat Monastique echt bijzonder maakt, is dat het meer is dan een recept. Het is een stukje cultureel erfgoed dat de grens tussen Nederland en Vlaanderen overstijgt. Een herinnering aan zondagen in Sluis, aan de geur van mossels en de smaak van een kloosterdrank die nooit helemaal verdween.

Het verhaal leeft verder — in elk glas, en in elke slok die even terugvoert naar de tijd dat kloosterlikeuren nog geneeskrachtige elixers heetten. Want als niks meer lijkt te helpen helpt Monastique altijd.

Bestellen kan hier