Open brief aan Hugo de Jonge en Harry van der Maas: waar staan Zeeuws-Vlamingen in de pikorde?

Beste Hugo, beste Harry,

Ik zat gisteren in het digitale Zeeuws Archief te struinen.

Ik zocht naar rum. Naar melasse. Naar vaten, schepen, belastingregels en Zeeuwse handelsroutes. Gewoon, omdat ik al veertig jaar in de drank zit en nog altijd wil weten waar een fles vandaan komt. Het verleden vertelt immers altijd veel over het heden.

En toen vond ik bij toeval de notulen van de Staten van Zeeland uit 1754.

Daarin stonden rum en melasse keurig administratief opgesomd. Handelswaar. Belastbaar. Of juist vrijgesteld, afhankelijk van wie de handel dreef. Voor onze eigen schepen golden andere regels dan voor buitenlandse schepen in de West.
Essequibo en Demerara in het huidige Guyana waren destijds Zeeuwse kolonies.

En in diezelfde fiscale werkelijkheid in die notulen stond ook de mensenhandel in de West. Per kop.

Dat is een koude zin. Een afschuwelijke zin. Maar ook een zakelijke zin. En juist dat maakt hem zo hard.

Want de Staten van Zeeland schreven daar geen geschiedenisboek. Ze hielden administratie bij. Ze regelden de handel. Ze bepaalden wie voordeel kreeg en wie betaalde. Wie meetelde. Wie lastig was. Wie lading was.

De pikorde was duidelijk.

Wie macht had, kreeg vrijstelling.

Wie handel dreef, kreeg ruimte.

Wie onderaan stond, werd geregeld.

Bijna drie eeuwen later is de wereld veranderd. Gelukkig. Mensen zijn geen handelswaar. Rum en melasse zijn geen koloniale belastingposten meer. En niemand in Middelburg zal vandaag nog zo’n notitie maken.

Maar toch, Hugo. Toch, Harry.

Soms vraag ik me af waar wij Zeeuws-Vlamingen staan in de pikorde van de huidige Staten van Zeeland.

Want vanaf 11 januari 2027 wordt de Westerscheldetunnel vier maanden lang grotendeels onbruikbaar voor normaal verkeer. Eén buis dicht. Eén buis over. Blokrijden. Toegangsbewijzen. Minder capaciteit. Voor veel mensen: wachten, omrijden, uitstellen, aanpassen, slikken.

En dan horen wij dat we de tunnel zoveel mogelijk moeten mijden.

Mijden?

Voor jullie is de Westerscheldetunnel misschien infrastructuur. Voor ons is het de navelstreng met de rest van Nederland.

Wij rijden niet door die tunnel voor ons plezier. Wij gebruiken hem omdat er aan de overkant ziekenhuizen zijn, leveranciers, klanten, opleidingen, familie, afspraken, vergaderingen, werk. Omdat Zeeuws-Vlaanderen wel bij Zeeland hoort als het bestuurlijk handig is, maar geografisch nog altijd onder de Westerschelde ligt.

En nee, een bus of ferry lost dat niet zomaar op.

Een ondernemer met dozen in zijn auto stapt niet even op de bus.

Een mantelzorger met tijdsdruk stelt zorg niet vier maanden uit.

Een leverancier rijdt niet “gezellig een andere route”.

Een werknemer met onregelmatige diensten plant zijn leven niet op provinciale bloktijden.

Een winkelier in Sluis, Terneuzen, Oostburg, Hulst of Breskens kan niet tegen klanten zeggen: komt u na de werkzaamheden maar terug.

Wij wonen hier. Wij werken hier. Wij investeren hier. Wij betalen hier belasting. Wij houden winkels open, bedrijven draaiende en dorpen leefbaar.

En toch voelt het alsof de oplossing vooral vanaf de overkant is bedacht.

Dat is precies wat mij stoort.

Niet dat er reparaties nodig zijn. Veiligheid gaat voor. Als een tunnel gerepareerd moet worden, moet hij gerepareerd worden. Daarover geen misverstand.

Maar de manier waarop er over ons wordt gesproken, schuurt. Alsof Zeeuws-Vlamingen een verkeersstroom zijn die je even kunt reduceren. Alsof ons dagelijks leven een hinderpost is in een Excelbestand. Alsof bereikbaarheid voor ons geen basisvoorwaarde is, maar een gunst die we mogen aanvragen via een toegangsbewijs.

Ik heb in mijn leven genoeg pikordes gezien.

Mijn voorouders waren blanke Zeeuwse landarbeiders. Geen slaven — dat verschil is wezenlijk en dat poets ik nooit weg. Zij werden niet verkocht, niet verscheept en niet tot bezit gemaakt. Maar zij stonden wel onderaan. De herenboer had grond, werk, woning, reputatie en macht. Wie afhankelijk was, had weinig te kiezen.

Daarom herken ik bestuurlijke afstand. Ik herken de toon waarin over mensen wordt beslist zonder dat men lijkt te voelen wat zo’n besluit in een leven betekent.

En daarom raakt dit.

Omdat Zeeuws-Vlaanderen wéér moet bewijzen dat bereikbaarheid geen luxe is.

Omdat wij wéér moeten uitleggen dat “even omrijden” via Antwerpen geen oplossing is.

Omdat wij wéér afhankelijk zijn van besluiten die elders worden genomen.

Omdat wij wéér onderaan de provinciale kaart lijken te bungelen.

Beste Hugo, beste Harry,

Ik vraag niet om drama. Ik vraag om rechtvaardigheid.

Als de provincie vier maanden lang de belangrijkste verbinding van Zeeuws-Vlaanderen met de rest van Nederland ernstig beperkt, dan hoort daar geen minimale compensatie bij. Dan hoort daar een maximaal pakket bij.

Geen bestuurlijke foldertaal, maar echte maatregelen.

Ruimhartige compensatie voor ondernemers die aantoonbaar schade lijden.

Heldere voorrang voor zorg, werk, onderwijs, logistiek en mantelzorg.

Geen ingewikkelde loketten waar mensen met hun pet in de hand moeten bewijzen dat hun leven noodzakelijk genoeg is.

Extra capaciteit waar dat kan.

Gratis of zwaar gesubsidieerde alternatieven.

Een noodfonds voor Zeeuws-Vlaamse bedrijven en inwoners.

En vooral: erkenning dat dit voor ons geen hinderproject is, maar een ingreep in ons dagelijks bestaan.

Want als Zeeland één provincie wil zijn, dan moet Zeeland ook één provincie durven zijn wanneer het moeilijk wordt.

Niet alleen bij toeristische campagnes.

Niet alleen bij mooie woorden over verbinding.

Niet alleen wanneer Zeeuws-Vlaanderen economisch interessant is.

Ook wanneer het geld kost.

Ook wanneer het ingewikkeld is.

Ook wanneer de overkant last heeft van wat hier gebeurt.

In 1754 regelden de Staten van Zeeland keurig wie in de handel voordeel kreeg en wie niet. De pikorde stond in de notulen.

In 2027 hoop ik dat de Staten van Zeeland laten zien dat ze daarvan iets geleerd hebben.

Wij zijn geen handelswaar.

Wij zijn geen hinderpost.

Wij zijn geen voetnoot onderaan de kaart.

Wij zijn Zeeuwen.

En wij willen ook zo behandeld worden.

Met vriendelijke groet,